9.3 LEES HET HOOFDSTUK

Leefregel 9, Doe niets wat onrechtmatig is

9. DOE NIETS WAT ONRECHTMATIG IS.

“Onrechtmatige daden” zijn daden die op grond van officiële reglementen of wetten verboden zijn. Wetten en reglementen worden geformuleerd door bewindvoerders, wetgevende instanties en rechters. Doorgaans worden ze vastgelegd in wetboeken. In een goed geregelde samenleving worden ze uitgegeven en algemeen bekendgemaakt. In een onduidelijk geregelde samenleving – waarin vaak ook veel criminaliteit heerst – moet je een advocaat raadplegen of er speciaal in geschoold zijn om alle wetten te kennen: in een dergelijke samenleving wordt ook nog eens gezegd dat “onbekendheid met de wet geen excuus is als je de wet overtreedt”.

Het behoort echter wel degelijk tot de verantwoordelijkheden van ieder lid van de samenleving, jong of oud, om te weten wat er in die samenleving wordt verstaan onder een “onrechtmatige daad”. Je kunt dat te weten komen door het aan anderen te vragen; er zijn ook bibliotheken waar je het kunt opzoeken.

Als je niet gehoorzaamt aan een alledaags gebod, zoals “ga naar bed”, wordt dat natuurlijk niet gezien als een “onrechtmatige daad”. Een onrechtmatige daad is een daad die ertoe kan leiden dat je wordt bestraft door de gerechtelijke instanties en de gemeenschap – je kunt aan de schandpaal worden genageld1 door de propagandamachine2 van de gemeenschap, je kunt beboet worden en zelfs gevangen worden gezet.

Als iemand iets doet wat onrechtmatig is, of het nu gaat om een onbeduidend of een ernstig feit, stelt hij zich bloot aan tegenacties van de gemeenschap. Het maakt niet uit of je wel of niet betrapt wordt; als je iets doet wat onrechtmatig is, maak je jezelf kwetsbaar.

Bijna elk waardevol doel dat je nastreeft, kan met volkomen rechtmatige middelen bereikt worden.

De “onrechtmatige” weg is een gevaarlijke en tijdrovende sluiproute. De zogenaamde “voordelen” die je dacht te kunnen behalen door het plegen van een onrechtmatige daad, blijken meestal de moeite niet waard te zijn.

De gemeenschap en de overheid gaan doorgaans te werk als een tamelijk gedachteloos apparaat. Ze bestaan en functioneren op basis van wetten en wetboeken. Ze zijn erop ingericht om met harde hand, via hun eigen kanalen, onrechtmatige daden de kop in te drukken. Als zodanig kunnen ze een onverzoenlijke3 vijand zijn die onvermurwbaar4 is ten opzichte van “onrechtmatige daden”. Of iets terecht of onterecht is, telt niet mee als je te maken krijgt met wetten en wetboeken. Alleen de wet telt.

Als je weet of merkt dat de mensen om je heen “onrechtmatige daden” plegen, behoor je al het mogelijke te doen om hen daarvan af te brengen. Ook al ben je zelf niet medeplichtig, toch kun je er onder te lijden hebben. De boekhouder van het bedrijf vervalst bijvoorbeeld de boeken. Door de opschudding die daaruit voort kan komen, kan het bedrijf failliet gaan en kun je je baan kwijtraken. Door dat soort gebeurtenissen kunnen je eigen voortbestaansmogelijkheden sterk worden beïnvloed.

Van welke groep je ook deel uitmaakt, dring erop aan dat de eventuele wetten waaraan die groep onderworpen is, in een eenvoudige en duidelijke vorm worden gepubliceerd, zodat het mogelijk is om die te kennen. Als er langs politieke weg wettelijk toegestane pogingen worden ondernomen om de wetten die voor die groep gelden, te vereenvoudigen, te verduidelijken en te ordenen, geef daar dan je steun aan. Houd je aan het principe dat alle mensen voor de wet gelijk zijn. In de tijd en de omstandigheden waarin dat principe naar voren werd gebracht – de dagen van een tirannieke5 aristocratie6 – was het een van
de grootste sociale verbeteringen in de geschiedenis van de mensheid; dit principe mag niet uit het oog worden verloren.

Zie erop toe dat zowel kinderen als volwassenen op de hoogte worden gesteld van wat “rechtmatig” en wat “onrechtmatig” is, en laat merken, al is het maar door je wenkbrauwen te fronsen, dat je “onrechtmatige daden” afkeurt.

Ook al worden degenen die ze begaan misschien niet “gepakt”, toch komen ze zwakker te staan tegenover de macht van de gemeenschap.

De angst dat iemand “erachter zal komen”
gaat niet samen
met de weg naar een gelukkig leven.

  1. 1. schandpaal, aan de schandpaal worden genageld: in het openbaar belachelijk
    gemaakt, geminacht of beledigd worden.
  2. 2. propaganda: het verspreiden van ideeën, informatie of geruchten om je eigen zaak te bevorderen en/of die van een ander te schaden, meestal zonder acht te slaan op de waarheid; het verspreiden van leugens naar de pers of radio en tv, zodat wanneer iemand berecht moet worden, hij schuldig bevonden zal worden; het valselijk beschadigen van iemands reputatie, zodat er niet meer naar hem geluisterd zal worden. (Een propagandist is een persoon of een groep die propaganda maakt, samenstelt of verspreidt.)
  3. 3. onverzoenlijke: onmogelijk te kalmeren of naar de zin te maken; genadeloos, onverbiddelijk.
  4. 4. onvermurwbaar: strikt; niet toegeeflijk; onverzettelijk; iets wat niet meegeeft;
    vasthoudend; verwerping van iedere andere mening; voor niets zwichten.
  5. 5. tirannieke: gebruik makend van wrede, oneerlijke en absolute macht; verpletterend, onderdrukkend; hardvochtig; hard.
  6. 6. aristocratie: een regering van enkelen met bijzondere privileges, rangen of
    posities; heerschappij van de elite die zichzelf boven de algemene wetten stelt; een groep mensen die door afkomst of positie “boven alle anderen staan” en die voor anderen wetten kunnen maken of laten gelden, maar van zichzelf vinden dat ze boven die wetten staan.